De laatste kamer
Hier moest het dan zijn. Ik zette mijn koffer op de grond en bekeek met de handen in mijn zij naar het huis voor me. Nice. Mijn hart begon sneller te kloppen. Ik haalde een hand door mijn haar, zuchtte diep en liep naar de voordeur. Het duurde even voordat er opengedaan werd. En daar was hij dan. Eindelijk na al die tijd weer. Ik glimlachte en stak mijn armen naar hem uit. Hij weerde me. “No, no, no,” zei hij snel en schudde zijn hoofd. No? Ik verstijfde. “Go away! My wife……” Hij was nog niet uitgesproken of er verscheen een knappe vrouw met een kind op de arm achter hem. Ik slaakte een kreet, pakte het hengsel van mijn koffer en maakte dat ik wegkwam, terwijl de tranen over mijn wangen stroomden.
De bus reed met horten en stoten weg. Het was bloedheet in dat ding. Ik wuifde mezelf met de stadsplattegrond koelte toe, terwijl ik naar buiten keek. Mijn koffer had ik op mijn schoot omdat het druk was in de bus en ik vertrouwde niemand in dit kansloze oord. Ik voelde de blote dijen van de man naast me tegen de mijne. Warm en plakkerig. Gadver. Ik probeerde me een beetje weg te draaien, maar dat was vrijwel onmogelijk. Ik keek opzij. Hij keek mij aan en haalde zijn schouders op. Ik keek weer uit het raam.
Ik had met de vliegmaatschappij gebeld en de eerste vlucht terug zou ik pas over drie dagen kunnen nemen. Wat moest ik nou? En hoe had ik me nou zo in de zeik kunnen laten nemen door Jair? Wat was ik toch vreselijk naïef. En verliefd. Maar hoe kon ik ook anders dan hem en zijn mooie woorden geloven? We hadden bijna 3 weken samen doorgebracht en daarna volop aan de FaceTime en het appen gezeten. Maar hij had een vrouw. En een kind.
Ik pakte mijn mobiel. Hij had niet eens de moeite genomen me nog iets te sturen. Iets voor mijn eigenwaarde. Een sorry misschien? Maar nee, niks. Ik scrolde door mijn contactpersonen en blokkeerde hem. Weg ermee. Ik stopte mijn mobiel weer in mijn tas, om hem vervolgens weer tevoorschijn te halen. Ik haalde Jair weer van de blokkade. Misschien kreeg ik nog een sorry. Of had hij een logische verklaring. Ik zuchtte en mijn ogen vulden zich weer met tranen.
Buiten maakte het dorre landschap plaats voor hoge gebouwen en druk verkeer. Ik drukte mijn neus tegen de ruit. “Is this Benidorm?” vroeg ik de man naast me. “Ja, klopt,” antwoordde hij in het Nederlands. Ik knikte en murmelde een bijna onhoorbaar “dank je wel”, diep beledigd dat hij blijkbaar aan mijn accent hoorde dat ik een landgenoot was. Eikel. Ik maakte me klaar om uit te stappen en hoopte dat hij de hint begreep. Hij verroerde zich niet. Ook niet toen de bus tot stilstand kwam. Ik greep mijn handtas stevig vast, tilde de koffer op en stond op. Ik twijfelde of ik met mijn voorkant of achterkant langs de man zou schuiven. Ik besloot de voorkant en duwde mijn kont zo ver mogelijk naar achter, zodat ik half gebogen langs hem heen kon. Met mijn koffer tussen ons in. Ik keek geërgerd naar hem. Hij had zijn blik elders. Ik volgde zijn ogen en zag dat hij een riante inkijk in mijn decolleté had. Ik kon me nog net inhouden hem niet te slaan. Buiten de bus, zette ik de koffer neer, streek mijn jurkje glad en keek om me heen. “Fijne vakantie, hè?” hoorde ik naast me. De klootzak moest hier dus ook gewoon zijn en had me willens en wetens laten zwoegen om de bus uit te komen. Ik keek hem na. Hij draaide zich om en zwaaide. Ik drukte de opgekomen irritatie weg. Goed. Eerstebeste hotel pakken dan maar. Het was nooit een grote droom hier te verblijven, verre van zelfs, maar ik besloot er maar wat van te maken. Ik had geen keus. Het eerstebeste hotel werd de laatste en slechtste, maar er zat een kans in dat ik hier een kamer kon krijgen, als ik de vrouw voor me goed begreep tenminste. Na wat glimlachen te hebben uitgewisseld, draaide ze zich om om eindelijk de sleutel te pakken. Op hetzelfde moment liep een andere receptioniste met een telefoon aan haar oor naar het bord en viste de sleutel voor de neus van mijn dame weg. Een heftige dialoog volgde, zo klonk het in ieder geval. Ik hoopte met alles in me dat mijn receptioniste deze woordenstrijd zou winnen. Ze draaide zich boos om en wees naar mij. Ja, inderdaad. IK zou de kamer krijgen. De andere vrouw wees naar haar mobiel. Mijn receptioniste zuchtte en liet gelaten haar schouders hangen en keek me met een schuldbewuste blik aan. Nee, nee. Nee!
“Gracias,” hoorde ik ineens naast me brullen. Ik draaide me om en zag hem, uitgerekend hij van de bus, breedlachend met zijn mobiel in de lucht zwaaien. Hij gooide zijn paspoort op de balie en vulde de nodige papieren in. Ik probeerde te bedenken hoe ik hem kon vermoorden. Met wat. Hij kreeg de sleutels en zwaaide er even mee richting mij, voor hij richting de liften liep. Ik draaide mijn hoofd weg en liep gelaten met mijn koffer naar een stoel. Ik ging erin zitten en legde mijn hoofd in mijn handen. Ik liet de tranen lopen. Ik was op en kapot en wist het niet meer.
Ik voelde een hand op mijn schouder. “Hé, weet je wat we doen? We kijken hoe de kamer eruit ziet en of er ruimte is voor twee personen.” Ik keek hem aan. “Nee, dank je. Absoluut niet.” Hij haalde zijn schouders op. “Dan niet.” Hij pakte zijn koffer op en liep weer weg. Ik keek hem na. Welk alternatief had ik? Maar aan de andere kant: Wat wist ik van deze gast, behalve dan dat hij bloedirritant was? “Wacht!” hoorde ik mezelf roepen, en ik spurtte zijn kant op. Hij reageerde niet maar hield de lift voor me open. Toen grijnsde hij. Niet voor het eerst wilde ik hem wat aandoen. Zwijgend lieten we ons naar boven brengen. Verdieping 3, zag ik. Waarschijnlijk had hij uitzicht op een blinde muur. Mooi. Ik hoop dat hij hier drie weken door moest brengen. We liepen een wirwar van gangen door en ineens stond hij stil. Hij zwaaide met de sleutel. “Nou, daar gaan we.” De koffers lieten we in de hal staan en we liepen door. Het was binnen nog warmer dan dat het in de bus was. Verder stonden er twee eenpersoonsbedden en een stoel. Punt. Er was wel een terrasje, wat een verrassing was. Hij gooide de deuren open en stapte naar buiten. “Dit is best oké, kom eens kijken!” Ik stapte naast hem op het niet heel ruime balkon, maar het uitzicht was inderdaad niet slecht. Ik keek hem aan. “Maar verder kunnen we hier niet zo heel veel mee. Toch bedankt dat je het aanbood.” Hij schudde zijn hoofd. “Jongejonge, wat ben jij verwend. Ik weet niet waar je naartoe wil of kan en hoe lang je een kamer nodig hebt, maar de lamlendigheid straalde van je af beneden. Er staan twee bedden. Dat zijn er genoeg. En als je bang bent dat ik je zal bespringen, dan wil ik je nu uit deze droom helpen. Ik moet er niet aan denken. Maar het is aan jou, mij kan het niet schelen waar je slaapt vannacht.”
Hoezo, uit de droom helpen? Er niet aan denken? Wat is er mis met mij? Ik plukte aan mijn jurkje. Hij was irritant én arrogant. Maar hij had een punt. Waar moest ik naartoe? Ik had alle hotels, kamers en appartementen al gehad en alles zat vol. En ik was moe, zo moe. Morgen kon ik het opnieuw bekijken. Ik knikte. “Zeg het!”, beval hij. Ik keek hem kwaad aan. “Jahaa, je hebt gelijk.” Hij grijnsde weer. “Mooi. Dan ga ik nu even naar buiten,”, hij bekeek me van top tot teen, “dan kun jij je even opfrissen. Ofzo. Iets.” Ik haatte hem, ik wist het zeker. Ik hoorde de deur in het slot vallen en zuchtte diep. Ik haalde mijn mobiel uit mijn tas. Niks. Geen bericht, geen gemiste oproep. Ik gooide de koffer op een van de bedden en viste er schoon ondergoed en een jurkje uit. Eerst maar eens douchen. Toen ik een blik in de spiegel van de badkamer wierp, snapte ik hem volledig. Wat zag ik eruit! Ik stapte onder de steenkoude douche en boende mijn gezicht en lijf. De douche was niet warm te krijgen maar dat was in een kamer als deze geen straf. Ik draaide de kraan uit en keek om me heen. Twee handdoeken lagen er. Roze met blauwe bloemen. Ik zuchtte. Ik had er eigenlijk twee nodig, één voor mijn haar en één voor de rest. Maar ik kon het niet maken ze allebei in te pikken. Ik bedacht me dat ik nog een handdoekje in de koffer had zitten en wikkelde me in één van de handdoeken, voor zover dat ging. Er puilde van alle kanten van alles uit, maar ik zou zo de badkamer weer in gaan. Nog nadruppelend liep ik de kamer in en schrok me wezenloos. Hij stond op het terrasje met zijn rug naar me toe. Ik draaide me om en wilde op mijn tenen wegsluipen. “Dat is een heel fraaie……handdoek,” hoorde ik zeggen. Ik zuchtte diep, draaide me om en trok een wenkbrauw omhoog, ondertussen de handdoek strak vasthoudend. Hij liep op me af. Ik gilde naar mezelf dat ik de badkamer in moest vluchten. Maar ik luisterde niet en bleef met ingehouden adem staan. Hij ging voor me staan en ging met zijn vinger langs de bolling van mijn borsten. Ik rilde. “Ik dacht dat jij me niet zou bespringen?” vroeg ik stoerder dan dat ik me voelde. Hij glimlachte. “Niet als jij niet wil, nee. Maar dat ik er niet aan moet denken, dat neem ik terug.” Hij draaide zich weer om en ging het terrasje op. Nu vluchtte ik wel de badkamer weer in, waar ik mezelf enorm vervloekte. Waarom reageerde ik zo op hem? Waarom gaf ik hem geen klap toen hij aan me zat? Ik voelde me vreemdsoortig opgewonden en daar was ik enorm van in de war. Hier blijven was geen goed idee.
Met hernieuwde moed, fris en aangekleed, liep ik naar hem toe. Ik zag dat hij kussens op de grond op het terrasje had gelegd en er stond een fles wijn en twee plastic glazen die hij aan het vullen was. Stokbrood en kleine hapjes stonden er ook. Het verraste me. Hij gaf me een glas. “Proost, laten we er maar gewoon het beste van maken.” Een knipoog en ik werd alweer week. Tussen mijn benen vooral. “Ik heet Marvin, trouwens.” Hij hief zijn glas. “Claudia,” zei ik terwijl ik mijn glas tegen het zijne tikte. Ik nam plaats op één van de kussens met mijn rug tegen de muur. Hij kwam naast me zitten. Eerst dronken en aten we zwijgend maar daarna praatten we. En dat bleven we doen tot de zon onder ging en de fles allang leeg was. Ik vertelde wat over mezelf, over Jair, zonder daar emotioneel van te worden. Ook hij vertelde over zijn reden dat hij in Benidorm, of all places, was en meer over zijn leven in Nederland. Ondertussen zaten we tegen elkaar aan en zo nu en dan legde hij zijn hand op mijn been. Het leek onbewust, maar bij mij gierde het door mijn lijf. Ik was dan ook teleurgesteld toen hij opstond en zijn benen strekte. “We moeten naar binnen, denk ik, willen we niet levend opgegeten worden door de muggen. Ik ga even douchen.” En hij liep naar de badkamer. Ik ging staan en schudde ook mijn benen los. Met mijn rug ging ik tegen de balustrade staan in afwachting van zijn terugkomst uit de badkamer. Toen hij eruit kwam, stelde hij mij niet teleur. “Dat is een heel fraaie…….handdoek,” herhaalde ik zijn woorden, terwijl ik naar hem toe liep. Ik ging voor hem staan en met een brutaliteit die ik van mezelf niet ken, haalde ik met één handeling de handdoek van zijn heupen. Het viel op de grond. Hij was opgewonden. Ook hierin stelde hij me niet teleur. Hij pakte met twee handen aan weerszijden mijn jurkje vast en trok het over mijn hoofd uit. Ook dit viel op de grond. In lingerie stond ik voor hem en ik voelde me bloedmooi. Hij gromde wat en haakte mijn bh los. Zijn mond zakte af naar mijn tepel en ik moest me inhouden het niet uit te schreeuwen. Toen hij weer rechtop ging staan, gaf ik hem een zetje richting het bed. Hij liet zich erop vallen en ik klom bovenop hem. Mijn borsten liet ik plagerig over zijn gezicht gaan, terwijl mijn onderlijf over de zijne schuurde. Ik was schaamteloos en voelde me ook zo. Ik wilde dit. Ik wilde dit zo graag. Ik voelde een hoogtepunt al naderen. Hij haalde me voorzichtig van zich af en legde me op mijn rug op het bed. Hij kuste me. Overal. Langzaam zakte hij naar beneden. Ik kon wel gillen of deed ik dat al? Toen ik zijn tong voelde, duurde het niet lang voor ik klaarkwam. Dit keer wist ik zeker dat ik gilde. Hij keek me aan en grijnsde. Dit keer maakte hij me positief gek met die lach van hem. Hij stond op en even was ik teleurgesteld, tot ik zag dat hij een condoom pakte. Hij ging tussen mijn natte en gespreide benen liggen, pakte mijn polsen en keek me indringend aan toen hij in me kwam. Wat voelde hij lekker. Hij stootte eerst rustig, maar diep. En hij bleef me strak aankijken. Daarna voerde hij het tempo op. Het was hemels. Met een diepe kreun bereikte ook hij zijn hoogtepunt.
We douchten samen. Onder de koude straal, zo lekker en opwindend. Ik liet me nemen tegen de muur. Ik was echt even kwijt wie ik was. Ik kende mezelf niet zo, niet met iemand die een vreemde voor me is, maar ik besloot er gewoon van te genieten. Ik had het verdiend ook, zo vond ik. Na het douchen gooide hij de twee matrassen op de grond. “Zo, hier slapen we vannacht,” zei hij heel erg tevreden met zichzelf. Hij klopte op het bed en gebood me zo om naast hem te komen liggen. Ik glimlachte. Ik was ook tevreden met hem. Hij kroop tegen mijn rug aan en niet veel later hoorde ik zijn regelmatige ademhaling. Ik bleef de halve nacht wakker, maar genoot van zijn lichaam tegen de mijne.
Toen de zon opkwam, stond ik op. Het was tijd. Met enig gevoel van spijt pakte ik mijn koffer weer in, maar ik moest hem de ruimte geven, want dat was wat hij zocht hier. Dat had hij verteld. Ik zou mijn zoektocht naar een ander onderkomen voortzetten, ik hoefde nog maar twee dagen te overbruggen. Toen ik naar hem keek, zag ik dat hij gesteund op een elleboog mij aan het bekijken was. “Wat doe je?” vroeg hij. “Blijf hier tot je vlucht gaat. Of nee, nog beter. Blijf hier tot je oorspronkelijke vlucht zou gaan.” Verbaasd om wat hij zei, maar opgewonden bij het idee, liet ik wat ik in mijn handen had weer vallen en liep naar hem toe. “Zeker?” vroeg ik. Hij knikte en stak zijn armen uit. “Oké, dan doe ik dat!”, riep ik waarschijnlijk veel te enthousiast.
Hij grijnsde.